Didactiek -verwerking
Er zijn veel verschillende mogelijkheden in een les voor verwerkingsvormen. De verwerkingsvorm die je kiest hangt samen met de doelen die je hebt gesteld. We gaan hier niet in op de verschillende verwerkingsvormen die er allemaal zijn. We beperken ons tot drie verwerkingsvormen: de digiles, webwandeling en webquest/ earthquest. De doelen van deze verwerkingsvormen liggen voornamelijk op het gebied van de kennisdoelen (of cognitieve doelen) en attitude (of affectieve) doelen.
Doelen
Welke doelen stel je? In het Nederlandse onderwijs werken we met kerndoelen. Deze kerndoelen zijn door de SLO vertaald in tussendoelen en leerlijnen.
Digiles en webwandeling
Bij een digiles en webwandeling gaat het om een korte opdracht met een aantal vragen. Een digiles maakt gebruik van één informatiebron. Een webwandeling maakt gebruik van meerdere informatiebronnen.
Belangrijke aspecten bij de digiles en de webwandeling zijn het soort bronnen en de vragen. We gaan er van uit dat Google Earth in principe één van de bronnen is. Deze behandelen we daarom ook niet in onderstaande opsomming.
Soort bronnen
Er zijn verschillende soorten bronnen waar je gebruik van kunt maken.
- Tekst
- Beeld
- Video
- Geluid
- Animaties/ simulaties
- Games
Tekst
Je laat leerlingen een informatieve webtekst lezen dat op niveau is. Zorg ervoor dat teksten niet te moeilijk zijn. Je kunt rekening houden met het AVI-niveau van de leerlingen. Informatieve webteksten kun je vinden via zoekmachines voor leerlingen:
|
|
Beeld
Je maakt gebruik van verschillende soorten beelden. Je maakt natuurlijk gebruik van de beelden die je in Google Earth kunt vinden. Dit zijn de luchtfoto's. Er zijn nog meer beelden in Google Earth te vinden. In het onderdeel Lagen vind je foto's van Panoramio, Gigapanfoto's, Gigapxlfoto's, foto's van NASA en Rumsey Historical Maps. |
 |
|
|
Naast Google Earth zijn ook veel beelden te vinden. Een website met veel foto's is de webste Flickr.com. Je kunt hier onder andere slideshows van over een onderwerp afspelen (bijvoorbeeld van de polders in Nederland).
Video
Video's kun je op verschillende websites vinden. Speciaal voor het onderwijs zijn:
Daarnaast zijn veel video's te vinden op de websites YouTube, Google Video en TeacherTube. Bij deze websites moet je goed selecteren of een video wel of niet geschikt is.
Meer informatie over Video kun je ook vinden op de website van Beeld en Geluid. |
 |
Geluid
Je kunt ook audio gebruiken om informatie over te dragen. Een mooi voorbeeld van een manier om via geluid informatie over te dragen vind je op de website soundtransit.
Animaties/ simulaties
Volgens de website game-simulatiewijzer is een (computer)simulatie:
"een nabootsing van de werkelijkheid."
Min (zie het online boek Multimediale leermiddelen) omschrijft simulaties als volgt:
De computersimulatieprogramma's zijn over het algemeen volwaardige multimedia producten in die zin dat graphics, animaties, video en andere dynamische weergavevormen hierbij een grote rol spelen. |
 |
De definitie die Ton de Jong geeft in de brochure "Wat weten we over computergames" sluit aan bij de eerste korte definitie:
Een computersimulatie bevat een nabootsing van (een deel van) de werkelijkheid.
Deze werkelijkheid kan uit veel
domeinen afkomstig zijn: bijvoorbeeld
economie, natuurkunde, scheikunde,
biologie, psychologie, geneeskunde enz. enz.
De omschrijving van simulaties zoals de op deze website gehanteerd wordt is: een interactieve vereenvoudige uitleg van een onderwerp.
Er zijn op veel plekken op internet simulatie te vinden. De meeste simulaties zijn in het Engels. Er is nog geen mooi overzicht van Nederlandse simulaties.
Plekken waar je simulaties kunt vinden:
Andere interessante sites (niet alleen simulaties)
Games
Je kunt ook games inzetten om leerlingen informatie over een onderwerp bij te brengen.
In de brochure “Wat weten we over gaming in het PO en VO” geschreven door Van
den Berg en Simons (2007) halen de schrijvers Leemkuil, de Jong en Ootes over de
vraag wat nu een game precies is:
- De speler moet een bepaald doel bereiken. Dit doel is vastgelegd in de game,
of wordt door de speler zelf gekozen;
- Er is sprake van competitie: tegen een andere speler of tegen de computer, of
het verbeteren van het eigen resultaat;
- Er zijn regels en hindernissen;
- Er is sprake van een bepaalde context waardoor ze realistischer of
aantrekkelijker worden.
|
 |
Meer informatie over games is te vinden op:
Vragen
Je kunt verschillende soorten vragen stellen. Welke vraag je stelt ligt aan het doel dat je voor ogen hebt. Je hebt ook geografische vragen.
Soorten vragen
Je kunt verschillende soorten vragen onderscheiden. Bloom onderscheidt een aantal niveaus.
soort |
voorbeeld |
kennisvragen |
Wat is de hoofdstad van Frankrijk? |
begripsvragen |
Wat is het verschil tussen een polder en een droogmakerij? |
toepassingsvragen |
Waar liggen de vruchtbare gebieden in Egypte? |
analysevragen |
Wat zijn de gevolgen voor Noord-Holland als Wieringen weer een eiland wordt? |
synthesevragen |
Richt een eiland in waar je kunt werken en ontspannen. |
evaluatievragen |
Waar woon je het liefst, in de stad in op het platteland? |
Je kunt nog meer indeling hanteren. In effectief vragen stellen behandelt Veenman 5 indelingen. Het voert voor deze website te ver om deze ook te behandelen. Geografische vragen
Er zijn ook specifieke geografische vragen. Deze geografische vragen zijn gekoppeld aan de geografische vierslag. Onder andere Blokhuis (2004) formuleert de geografische zienswijze met de geografische vragen.
Geografische vragen
|
Geografische zienswijze (of vierslag)
|
Geografische vaardigheden
|
Wat zie je? Wat neem je waar?
|
1) Waarnemen en beschrijven
|
Inventariseren
|
Waar zie je dat? |
|
|
Hoe ziet het er uit? |
|
|
Welke kenmerken ontdek je? (hoe lang, hoog, breed, materiaal)
|
|
|
Waarom is het daar? |
2) Verklaren |
|
Waarom ziet het er daar zo uit? |
|
|
Wat wordt hierdoor beïnvloed?
|
|
|
Waar heb je dat eerder gezien? (waar lijkt het op?)
|
3) Herkennen en toepassen |
Herkennen en toepassen |
Zie je dat ook wel eens ergens anders? (komt het hier meer voor dan daar?).
|
|
|
Hoe ziet het er daaruit?
|
|
|
Wat vind ik daarvan? (is het goed zo?)
|
4) Waarderen
|
|
Wat betekent dat voor mij? (wat vind ik?)
|
|
|
Wat betekent dat voor die mensen? (wat vinden anderen er van?).
|
|
|
Kan het ook anders? Denk ik er nu nog steeds zo over?
|
|
|
In het bovenstaande schema staan tussen haakjes de vragen zoals Peter Smulders (Fontys) die stelt bij de verschillende fasen.
Een vijfde categorie voegt de website Plan je eigen ruimte aan de geografische vierslag toe. Dit is de categorie Probleemoplossend. Het schema dat zij hanteren ziet er zo uit.
Beschrijvend
(makkelijkst) |
Waar is dat?
Wat is daar?
Hoe is dat daar? |
Verklarend
(makkelijk) |
Waarom is dat daar?
Waarom is dat daar zo? |
Voorspellend
(moeilijker) |
Hoe zal dat daar zijn?
Zal het daar zo zijn? |
Waarderend
(moeilijker) |
Is dat daar wel juist / gewenst? Voldoet het daar wel aan bepaalde normen? |
Probleemoplossend
(moeilijkst) |
Wat kan daar? Welke oplossingen zijn daar mogelijk? Is deze oplossing ook elders bruikbaar |
Naast geografische vragen heb je bij Aardrijkskunde ook te maken met multiperspectivitieit (of bestaansdimensies). Het betekent dat je een onderwerp vanuit meerdere invalshoeken kunt bekijken: economisch, sociaal, politiek, cultureel, natuurlijk en historisch.
Voorbeeld van een webwandeling: Rotterdam.  |
 |
Webquest/ earthquest
Een webquest is een onderzoeksopdracht voor leerlingen waarbij ze gebruik maken van verschillende soorten internetbronnen. Dodge, de bedenker van de webquest, noemt het een onderzoeksgerichte activiteit waarbij gebruik wordt gemaakt van het Internet.
Een webquest heeft een vaste opbouw:
Onderdeel |
toelichting |
Inleiding |
De inleiding waarin de webquest wordt geïntroduceerd en de context wordt beschreven |
Opdracht |
De opdracht die uitgevoerd moet worden |
Handelingen |
De handelingen die er voor zorgen dat je de opdracht kunt uitvoeren. De handelingen nemen de leerlingen stap voor stap mee om de opdracht tot een goed einde te brengen. |
Bronnen |
Een overzicht van de bronnen die de leerlingen gebruiken. Dit zijn (voornamelijk) internetbronnen. |
Beoordeling |
Informatie over hoe de webquest wordt beoordeeld |
Afsluiting |
En de Afsluiting. Hierin staat wat de doelen zijn die gehaald zijn door het maken van de webquest. |
Leerkrachtgedeelte |
Achtergrondinformatie voor de leerkracht. |
In een webquest krijgen leerlingen een bepaalde opdracht. Die opdracht maken ze vanuit een bepaalde rol. Deze rol bepaalt ook voor een deel hoe de eindopdracht eruit komt te zien. Dodge heeft de mogelijke rollen in een overzicht gezet. Dit noemt hij een taskonomy. De taken zijn verschillend in moeilijkheidsgraad.
Rol |
Omschrijving |
Reproductie |
Leerlingen vertellen in eigen woorden na wat ze over een bepaald onderwerp hebben geleerd. Dit is de meest eenvoudige vorm. |
Verzamelaar |
Verschillende soorten informatie wordt op een rijtje gezet en verwerkt tot één geheel. |
Detective |
Bij deze taken moet informatie wordt samengevoegd en hieruit moeten conclusies worden getrokken om het mysterie dat centraal staat op te lossen. |
Journalist |
De journalistenrol vraagt van leerlingen om een onderwerp vanuit verschillende standpunten te benaderen en achtergrondinformatie in hun eindproduct te verwerken. |
Ontwerper |
In de rol van de ontwerper maken kinderen een ontwerp dat aan verschillende eisen voldoet. |
Kunstenaar |
Net zoals de ontwerperrol moeten de bij de kunstenaarsrol iets nieuws gemaakt worden dat aan bepaalde eisen voldoet. |
Bruggenbouwer |
Bij de bruggenbouwerrol probeert een leerlingen voor- en nadelen over een bepaald onderwerp tegen elkaar af te strepen en tot een gezamenlijke conclusie te komen. |
Redenaar |
In deze rol moet de leerling iemand overtuigen van zijn gelijk. Hiervoor worden argumenten aangedragen die steekhoudend zijn. |
Zelfkennistaak |
Bedoeling hiervan is dat de leerlingen zich bewust wordt hoe hij zelf over een bepaald onderwerp denkt en waarom. |
Analyticus |
In deze rol zet de leerlingen verschillen en overeenkomsten over een bepaald onderwerp op een rijtje. |
Rechter |
In deze rol moet je een keuze maken. Deze keuze is gebaseerd op feiten, de voor- en nadelen voor de verschillende betrokkenen en je eigen mening. |
wetenschapper |
Er wordt een onderzoeksvraag (hypothese) gesteld die je moet gaan onderzoeken. Je verzamelt bronnen die je onderzoeksvraag beantwoorden. |
|