Les 2

opdracht 4

Deze opdracht is Extra. Als je nog tijd over hebt kun je hiermee beginnen. Het is het slot van een sprookje. Lees maar

"Wie zijn als die mensen?" vroeg zijn vader. "Dat zijn mijn vrienden", antwoordde de zoon. De vader werd woedend.
"Dat zijn wel tweehonderd mensen!" riep hij uit. "En die ontvang je elke week? Je geeft ze te eten en te drinken en ik moet dat betalen. Het is afgelopen.!"
Hij gaf zijn bedienden de opdracht de mensen op straat te zetten.
"En jou wil ik ook niet meer zien", zei hij tegen zijn zoon. "Ik onterf je."
De zoon verliet het huis en klopte aan bij een van zijn vrienden. Maar deze zei dat hij hem niet kon ontvangen. Hij had net iets anders te doen. Ook bij de andere vrienden vroeg de zoon vergeefs om onderdak. Twee maanden zwierf hij door de stad en nergens kreeg hij te eten of te drinken en niemand bood hem een bed aan om te slapen. Toen de vader hoorde, dat zijn zoon bijna omkwam van de honger, liet hij hem bij zich roepen.
"Zie, mijn zoon", zei hij. "Zijn dat je vrienden? Toen je alles voor hen betaalde wel. Maar nu? Nu je arm bent kennen ze je niet meer.Niemand helpt je. Echte vrienden blijven je ook trouw als je geen geld hebt."
De zoon knikte. Hij schaamde zich.
"Je kunt naar huis komen", zei zijn vader,"want ik laat je niet in de steek. Maar vanaf dit ogenblik moet je je eigen geld verdienen en mij terugbetalen wat je aan je zogenaamde vrienden hebt uitgegeven."


Van dit sprookje ontbreekt het begin.
Schrijf een begin bij dit sprookje en zet er ook een titel boven. Als je hulp nodig hebt, moet je nog maar eens gaan kijken bij de vorige opgaven. Verder is er nog een interessante internetpagina over sprookjes van het kindersprookjesland




Vul je naam, groep en school hier in, voordat je de antwoorden opstuurt
naam
naam
groep
school


Terug naar het boek