5
10
15
20
25
30
35 |
De trein mindere vaart. Dat betekende dat ze er nu bijna waren. Henry keek eens naar Daphne. Zou zij hetzelfde denken als hij?
Hij vroeg het niet, maar wendde zijn blik af en keek naar buiten.
In het heuvelige landschap lagen hier en daar boerderijen. Nergens waren mensen te zien. Koeien graasden vredig in de zon.
Niets wees erop dat zij de stad naderden. En toch kon het niet zo lang meer duren of ze zouden het station binnenrijden.
Schuin tegenover hem zat een oude man., die onophoudelijk zijn handen tegen elkaar wreef. En aan
de andere kant bevond zich een vrouw met een al even vervelende gewoonte: om de zoveel minuten trommelde
zij met haar vingertoppen op het coupétafeltje. Henry probeerde er niet op te letten.
Even later nam de bebouwing toe: steeds meer huizen verdreven de koeien en boerderijen. Hoe lang nog voor ze zouden uitstappen?
Henry keek weer naar Daphne. Zij was bezig haar spullen in haar tas te stoppen. Ze keek niet terug. Ook de andere reizigers
maakten zich klaar om uit te stappen. Henry kreeg het steeds benauwder. Zijn oog viel op zijn afgekloven nagels, een gewoonte
waar Daphne zo'n hekel aan had. Maar nu had hij een excuus: hij was behoorlijk zenuwachtig. De
coupé leek ineens verschrikkelijk warm.
Pas toen de trein stilstoond keek Daphne hem aan. Hi zag dat zij - net als hij - ongerust was. Toch glimlachte ze even naar hem.
Toen raakte ze zijn schouder aan en langzaam liepen ze naar de deur. De mensen duwden hen haast vanzelf naar buiten.
Daar stonden ze dan. Op het perron. Het stationsgebouw was somber. Er viel haast geen licht naar binnen. Op een bank zat een man
koffie te drinken uit een kartonnen bekertje. Een oudere vrouw bleef bij hem staan en vroeg kennelijk iets.
Ook op het andere perron kwam nu een trein aan. Henry keek er even naar. Toen wees Daphne naar het bordje.
UITGANG |
Buiten scheen de zon volop. Ze kniperden met hun ogen tegen het felle licht. Wat nu? dacht Henry. Daphne maakte haar rugzak open en haalde de
kaart tevoorschijn. Die legde ze op een bank en begon te zoeken naar de straat waar ze moesten wezen. Haar vinger gleed over het papier. |
 |