Je kunt kiezen of het verhaal zich afspeelt in een bos of op zee. Het moet gaan over twee kinderen/ mensen.
Als je voor het bos kiest kun je de bomen beschrijven (groot, dik enzovoort), het struikgewas, het pad, of het donker is (of als de zon schijnt: de kleuren van de
bladeren), of het waait, een schuilplaats in het bos of wat je verder kunt bedenken. |  |
Als je voor de zee kiest kun je de kleur van de zee beschrijven, de golven, of het waait of stormt, hoe het schip heen en weer rolt
op de golven, of de golven over het dek slaan, wat er op het schip zelf gebeurt of wat je verder zelf kunt bedenken.
Probeer beide verhalen zo spannend mogelijk te maken.
|  |