Gerard Dummer

Alles over Onderwijs en ICT.

Browsing Posts tagged kennisbasis ICT

In januari 2012 is het rapport Een goede basis, advies van de Commissie Kennisbasis Pabo verschenen. In deze blogpost sta ik stil bij de volgende punten:

  • wat houdt dit rapport in
  • wat zijn de belangrijkste adviezen die de commissie doet
  • Op welke manier komt ICT terug in dit advies?
  • Wat vind ik van de manier waarop ICT in dit advies terug komt?

wat houdt dit rapport in
Doel van het rapport is om te komen tot een het antwoord op de vraag: wat is het vakinhoudelijke profiel van de beginnende leraar basisonderwijs? Aanleiding voor dit rapport was de ontwikkeling van de 14 kennisbases, geïnitieerd door de HBO-raad. Aanleiding hiervoor weer waren discussies over breedte en diepte van het (kennis)niveau de Pabo-studenten.

wat zijn de belangrijkste adviezen die de commissie doet
De belangrijkste adviezen zijn de volgende:

  1. Eisen stellen aan de instroom
  2. Ontwikkelen van een beperkt kerncurriculum voor alle vakken
  3. Landelijke toetsing als extra garantie voor (een deel van) dat kerncurriculum
  4. Ontwikkelen van mogelijkheden tot profilering op één of meer vakken
  5. Aanvullende bewkaamheidseisen in de inductieperiode

De commissie geeft aan dat er hogere eisen gesteld moeten worden aan de instroom zodat de Pabo zich niet hoeft te richten op bijspijkeren van studenten die het gewenste beginniveau nog niet hebben.
Het kerncurriculum bestaat uit de vakken: aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek, geestelijke stromingen, muziek, dans en drama, beeldend onderwijs, Engels, handschrift en bewegingsonderwijs. Voor deze vakken geldt: liever een paar onderwerpen goed dan alles er in stoppen. Het gaat hierbij om vier elementen:

  • Wat is de specifieke positie van deze vakken in de basisschool
  • Wat is de conceptuele basisstructuur van de vakken
  • Hoe ontwikkelen kinderen zich in grote lijnen met betrekking tot deze vakken
  • Waar zitten raakpunten en combinatiemogelijkheden tussen de vakken onderling.

Over de toetsing zegt de commissie dat het een aanbeveling zou zijn om te streven naar gemeenschappelijk te ontwikkelen diagnostische toetsen over de volle breedte van het kerncurriculum. Voor een beperkt aantal vakken zouden er toetsen moeten komen die een certificerende functie hebben door ze verplicht te stellen en een landelijke cesuur te geven. Het gaat daarbij om de vakken: Engels, aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek.
Een student moet zich verder naast het kerncurriculum kunnen specialiseren. De opleidingen krijgen zelf ruimte om deze specialisatie vorm te geven. Uitgangspunt wel is dat in elke profilering in ieder geval het profieldeel van één vak is verwerkt.
Tot slot adviseert de commissie dat er in de inductieperiode (drie tot vijf jaar na afstuderen) ruimte moet komen voor aanvullende professionalisering.
De commissie geeft aan dat de vijf adviezen in samenhang moeten worden uitgevoerd. De ene helft uitvoeren en de andere niet werkt niet.

Op welke manier komt ICT terug in dit advies?
ICT komt op verschillende manieren terug in het rappoprt. Het komt terug in de verschillende kenisbases en in bijlage 1 waarin de generieke kennisbasis wordt besproken. Ik zal per kennisbasis aangeven op wat voor manier ICT hierin is opgenomen.

Kennisbasis aardrijkskunde
ICT is in het kerndeel opgenomen onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan didactische hulpmiddelen kiezen voor het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden bij kinderen. De student kan eigentijdse ICT-hulpmiddelen kiezen bij het bepalen van werkvormen en benoemt in zijn verantwoording de relatie met de kwaliteitsverhoging van het aardrijkskunde onderwijs.

Kennisbasis geschiedenis
ICT is in het kerndeel opgenomen onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan aangeven hoe mediadidactiek en mediawijsheid in het geschiedenisonderwijs worden toegepast.

Kennisbasis Natuur en techniek

ICT is expliciet opgenomen in het kerndeel onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan eigentijdse ICT-hulpmiddelen kiezen bij het bepalen van werkvormen voor natuur en techniek.

Onder het kopje Structuur van het vak gaat het ook nog over technologie:

2.3 De student kan natuurwetenschappelijke en technologische denk- en werkwijzen hanteren bij het onderzoeken en ontwerpen.

Kennisbasis geestelijke stromingen

ICT komt hier aan bod in het profieldeel:

2.3 De student geeft voorbeelden van de samenhang tussen de tijdsgeest, de cultureel-maatschappelijke conctext enerzijds en de opvattingen en uitingen van kinderen en volwassenen anderzijds. Hij onderkent het belang van beeldvorming in dit verband, met name via de media.

Kennisbasis Muziek

ICT is in het kerndeel van Muziek opgenomen onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De student kan eigentijdse ICT-hulpmiddelen kiezen bij het bepalen van de werkvormen voor muziek.

In het profieldeel is onder het kopje Het vak en de leerlingen het volgende over ICT opgenomen:

3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool muzikaal gevormd worden door het downloaden van muziek, het met elkaar uitwisselen van muziek en muziek bij games en andere media.

Kennisbasis Dans en drama

ICT komt in het kerndeel aan bod onder het kopje Het vak en de leerlingen:

3.3 De student kan keuzes maken voor het gebruik van digitaal beeld- en geluidsmateriaal en software, vanuit de relevantie voor de betreffende leeftijdsgroep.

In het profieldeel staat onder het kopje Het vak en de leerlingen is ICT als volgt opgenomen:

3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool mede gevormd worden door dans en drama/ theater op televisie, internet en via andere media

Kennisbasis beeldend onderwijs

In het belang van het vak voor beeldend onderwijs staat dat we leven in een beeldcultuur. Dat beïnvloedt ons. Deze beelden dragen bij aan de ontwikkeling van kinderen. In het kerndeel staat onder het kopje De samenhang met andere vakken het volgende:

4.3 De student kan keuzes maken voor het gebruik van digitaal beeldmateriaal en software vanuit de relevantie voor beeldend onderwijs en de betreffende leeftijdsgroep.

In het profieldeel staat onder het kopje Het vak en de leerlingen dat:

3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool mede gevormd worden door de hedendaagse beeldcultuur op televisie, internet en via andere media.

Kennisbasis Engels

In het kerndeel staat ICT onder het kopje De samenhang met andere vakken:

4.3 De studenten kan voorbeelden geven van toepassing van mediadidactiek en mediawijsheid in het onderwijs Engels.

Kennisbasis Handschrift

In het kerndeel staat ICT als onderdeel van de structuur van het vak:

2.2 De student heeft kennis van verschillende materialen (potlood, fineliner, vulpen, gelpen, balpen, toetsenborden) en schriftdragers en kan de invloed op het proces en de vormgeving (product, geschreven tekst) beschrijven bij kinderen.

ICT in de generieke kennisbasis

In het rapport staat het volgende over ICT in de kennisbases en de generieke kennisbasis:

Er is geen aparte kennisbasis voor ICT en media. Deze is opgenomen in de kennisbasis generiek. De toepassing van deze kennis doorsnijdt het hele beroepsmatig handelen van een eigentijdse leraar basisonderwijs. Het maakt daarmee integraal deel uit van alle kennisbases. ICT en media zijn zowel inhoud van onderwijs als middel om eigentijds onderwijs te verzorgen in alle vakken. Juist door er geen aparte kennisbasis voor te definiëren wordt benadrukt dat dit thema expliciet in alle vakken dient terug te komen. Waar mogelijk en relevant zijn in de vakken ICT-doelen opgenomen, te combineren met meer generieke kennis van mediadidactiek.

Wat vind ik van de manier waarop ICT in dit advies terug komt?
Ik ben blij dat ICT in alle kennisbases expliciet is opgenomen als onderdeel. Het is als onderdeel opgenomen in de kerndelen van de kennisbases. Ik zie dat in de meeste kennisbases ICT als didactisch hulpmiddel wordt ingezet. Je zou kunnen zeggen: de Technological Pedagogical Knowledge. Bij een aantal vakken (beeldend onderwijs bijvoorbeeld) zie je dat ook duidelijk wordt gemaakt dat ICT de inhoud van het vak ook verandert (de Technological Content Knowledge). In de generieke kennisbasis wordt duidelijk dat het zowel de didactiek als de inhouden kan veranderen (en dat je als leerkracht dus TPACK-competent moet zijn).
In de verschillende kennisbases worden verschillende terminologieën gebruikt zoals ICT-hulpmiddelen, mediadidactiek en mediawijsheid. Die laatste twee zijn belangrijke termen. Wel enigszins generiek en daarmee op meerdere manieren in te vullen.

Dekt dit ook de Kennisbasis ICT zoals die door ADEF is geformuleerd? Dat vind ik lastig te zeggen. Het zou kunnen als in de uitwerking van de curricula de rol van ICT nadrukkelijk wordt meegenomen. Dat betekent dat ICT-experts op alle Pabo’s betrokken moeten worden bij de verdere ontwikkelingen. Die kunnen er voor zorgen dat ICT expliciet terug komt in de toetsing. Dat geldt niet alleen voor de kennistoetsen maar ook voor toetsen die meer een beroep doen op de toepassing van de kennis. Is de kennis van ICT-hulpmiddelen, mediadidactiek en mediawijsheid niet expliciet vastgelegd in de toetsing dan ondermijnt dit de borging van ICT in het opleidingsonderwijs.

Tot slot. Alle kennisbases zijn verdeeld in een kerndeel en profileringsdeel. In het basisdeel gaat het er eigenlijk om dat een student in staat moet zijn om bestaand onderwijs (kort door de bocht geformuleerd) uit te kunnen voeren. In het profileringsdeel moet een student ook in staat zijn om onderwijs op basis van leerlijnen te ontwerpen. Dit heeft, denk ik, ook effect op de manier waarop studenten ICT zullen toepassen. In het kerndeel vooral aansluitend bij het bestaande onderwijs. In het profileringsdeel ook als middel om nieuw onderwijs vorm te geven. Vertaald in de Kennisbasis ICT zal dit betekenen dat studenten in het kerndeel in staat moeten zijn om te arrangeren en in het profileringsdeel ook in staat moeten zijn om te ontwikkelen.

Vandaag en vorige week heb ik een bijeenkomst verzorgd op de Pabo in Meppel. Stef Sprong had me gevraagd om te vertellen op wat voor manier je ICT in de opleiding kunt integreren. De Pabo in Meppel wil graag ICT-pabo worden. Een Pabo dus waar ICT een belangrijke plek inneemt in het leren op de opleiding en in het leren van leerlingen op de basisschool.
Tijdens beide bijeenkomsten heb ik theoretische kaders gegeven, praktische voorbeelden laten zien en zijn de lerarenopleiders zelf aan de slag gegaan. Ik merkte dat de opleiders het prettig vonden om een kader te krijgen van waaruit je na kunt denken over ICT.

Theoretische kaders
De kaders die ik als theoretische achtergrondinformatie heb meegegeven zijn: wat betekent ICT in de opleiding, wat houdt het TPACK-model in, welke richting biedt de Kennisbasis ICT, hoe stuurt de competentiediamant de verschillende manieren van ICT gebruik op de basisschool, hoe kun je de vier in balans gebruiken om ICT een duurzame plek te geven in je onderwijs, wat moeten we met de 21st century skills, hoe moet je leerlingen begeleiden in het gebruik van ICT (nav de invalshoek vanuit Sugata Mitra en de invalshoek vanuit het informatievaardighedenmodel), hoe verandert de maatschappij (nav een filmpje van Ken Robinson) en welke opleidingsmodellen zijn al bedacht om ICT een plek te geven in de opleiding.

Praktische voorbeelden
De praktische voorbeelden heb ik geordend op basis van de lessen die we zelf geven aan onze studenten. Het geeft een overzicht van de verschillende mogelijkheden. Vanuit elk thema heb ik onderwerpen de revue laten passeren. In de presentaties zie je welke dit zijn. In het eerste jaar besteden we bijvoorbeeld aandacht aan ICT als middel om je les te openen (bijvoorbeeld met het digibordprogramma Bordwerk/ Prowise) en een verwerkingsopdracht te maken (bijvoorbeeld het maken van een stelles in WikiKids). In het tweede jaar besteden we onder andere aandacht aan de mnaier waarop je met meervoudige intelligenties aan de slag kunt gaan en hoe je ICT daarbij kunt inzetten en leggen we uit hoe je beginnende geletterdheid kunt verrijken met het maken van digitale prentenboeken.
In het derde jaar leren studenten hoe ze belangrijke informatie over de vorderingen van leerlingen uit een digitaal leerlingvolgsysteem kunnen halen en hoe ze zichzelf kunnen professionaliseren door gebruik te maken van RSS en feedreaders. In het vierde jaar kunnen studenten bij ons kiezen om een leerkring ICT te volgen waarin ze op een onderzoeksmatige manier met een ontwikkelingsvraag van de school aan de slag gaan.

Aan de slag
Ik heb de lerarenopleiders op verschillende manieren aan de slag laten gaan. Ze hebben actief kennis gemaakt met het digibordprogramma Bordwerk, hebben het TPACK-spel gespeeld, hebben gekeken wat de meerwaarde is van ICT door het bekijken van de OnderzoeksReeks van Kennisnet en hebben in een wiki feedback gegeven op casussen die ik voor hen had opgesteld.
Naast de gerichte opdrachten hebben we in de tussentijd veel overlegd over de manier waarop ICT het onderwijs kan versterken. We hebben hierbij gekeken naar de invalshoek van de opleiding zelf (Opleidingsdidactiek) en de manier waarop ICT van leerlingen kan ondersteunen en verrijken (TPACK-competent).

ICT in de lerarenopleiding

Eigen reflectie
Het was de eerste keer dat ik een team van lerarenopleiders zo uitgebreid mocht scholen op het gebied van ICT en onderwijs. Het is mij goed bevallen. Ik vind het belangrijk om ICT een stevige plek in het opleidingsonderwijs te geven. Ik vind het ook goed om te zien dat op de Pabo in Meppel vanuit het management gericht wordt gestuurd op het inzetten van ICT in het onderwijs.
Ik heb gemerkt dat de lerarenopleiders het prettig vinden om concrete voorbeelden te krijgen van de manieren waarop ze ICT in het onderwijs kunnen inzetten. Ik heb ook gemerkt dat de theoretische modellen helpen om kaders te schetsen.
Voor het management is het nu de kunst om kaders te scheppen waarbinnen een vervolg gegeven kan worden aan verdere ontwikkeling.

Wat bijzonder is aan een lerarenopleiding als het gaat om vanuit een visie te werken aan ICT in het onderwijs is de dubbele loop die lerarenopleidingen moeten maken. Ze moeten vanuit hun eigen opleidingsvisie vorm geven aan de inzet van ICT. Maar ze moeten ook binnen hun eigen vak duidelijk maken hoe er binnen verschillende onderwijsvisies over ICT in het onderwijs gedacht wordt op de basisschool. Een opleidingsdocent rekendocent moet niet alleen weten hoe ICT ingezet kan worden binnen realistisch rekenen maar ook binnen mechanisch rekenen. Een opleidingsdocent wereldoriëntatie moet niet alleen weten hoe je ICT inzet als je de methode als uitgangspunt neemt van je lessen maar ook hoe je dat doet als je de leervragen van leerlingen als uitgangspunt neemt voor je onderwijs. Een docent Onderwijskunde en Pedagogiek moet kunnen vertellen wat de plek van ICT is binnen een klassikaal systeem (kennisoverdracht) en wat de plek is van ICT bij kennisconstructie. Zeker geen gemakkelijke klus.

In de onderstaande tabel staat een overzicht met verschillende manieren van gebruik van ICT in de opleiding en de invloed hiervan op het leren van leerlingen.

Gebruik van ICT in de opleiding en invloed op leren van leerlingen

Gebruik van ICT in de opleiding en invloed op leren van leerlingen

De grafiek is fictief en kan met geen enkele onderzoeksdata worden onderbouwd. Tot nu toe in ieder geval. Bedoeling van de grafiek is om mijn idee in beeld te brengen van wat ik denk dat de invloed van de verschillende manieren van ICT-gebruik op de opleiding is op het leren van leerlingen.

Ik zal de verschillende percentages toelichten.

ICT-vaardigheden 10%
Het stimuleren van ICT-vaardigheden van leraren in opleiding heeft naar mijn idee maar een geringe invloed op het leren van leerlingen. Bij het stimuleren van ICT-vaardigheden gaat het om losse vaardigheden zoals cursussen tekstverwerken en internetten. In de cursussen is geen aandacht voor didactiek en vakinhouden. Ook spelen leerlingen bij de toepassingen in principe geen rol.

ICT-opleidingsvaardigheden 20%
ICT-opleidingsvaardigheden zorgen er voor dat je in staat bent om de opleiding door te lopen. Je kunt hierbij denken aan het leren werken met de ELO, digitaal portfolio en de mail. Deze vaardigheden staan ten dienste van de opleidingsdidactiek. Doel hiervan is om de studie te kunnen doorlopen. Niet om studenten bewust te maken van hoe ze ICT in kunnen zetten ten behoeve van het leren van leerlingen. Het heeft meer potentiële invloed op het leren van leerlingen omdat de leraren in opleiding de middelen actief moeten gebruiken. Het gaat hierbij niet sec om de vaardigheden an sich maar om toepassing van deze vaardigheden voor het onderwijs. Een voorzichtige link is hiermee gelegd.
Een kanttekening die ik hierbij nog wel belangrijk vindt te maken, is dat studenten door het gebruik van deze middelen niet altijd extra gemotiveerd hoeven te worden. Een slecht ingerichte ELO kan frustratie oproepen. Mail die door opleidingsdocenten niet tijdig wordt beantwoord ook.

ICT-opleidingsdidactiek 80%
Het gebruik van ICT door opleidingsdocenten in hun lessen kan een sterke stimulans zijn voor studenten om ICT ook in te gaan zetten bij hun eigen lessen in de praktijk. Maar alleen als aan de voorwaarden wordt voldaan dat opleidingsdocenten dit op een doordachte manier doen, hun keuzes expliciteren en duidelijk aangeven hoe leraren in opleiding de transfer naar de praktijk kunnen maken.
Voorbeelden van ICT-opleidingsdidactiek kunnen geordend worden binnen het model van de digitale didactiek van Robert-Jan Simons (2002). Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van het digibord ter ondersteuning van de eigen les, laten samenwerken aan bestanden in de ELO en videoanalyse van een les bewegingsonderwijs.
Een opleidingsdocent is al heel mooi op weg als hij ICT op deze manier inzet maar is er nog niet. Tondeur (2011) geeft aan dat ook bij deze manier van gebruik van ICT het voor de student nog lastig om de transfer naar de praktijk te maken.

TPACK-competent 100%
Alleen studenten daadwerkelijk ICT laten gebruiken in de lessen op zijn stage zorgt er voor dat de invloed van ICT op het leren van leerlingen 100% kan zijn. Inbedding van ICT op deze manier kan gebeuren op de manieren zoals in eerdere blogposts beschreven in de artikelen over onder andere Kay (2006) en Tondeur (2011).
Voorbeelden van deze manier van ICT gebruiken in de opleiding zijn: leraren in opleiding een interactieve nabespreking voor rekenen laten houden op het digibord, kaartvaardigheden laten aanleren met behulp van Google Earth en een lipdub laten maken voor muziek.
Het is tegelijkertijd ook de meeste uitdagende manier om met ICT binnen de opleiding aan de slag te gaan. Het vergt namelijk nog al wat: ontwikkeling van lessen waarin ICT geïntegreerd is, herijking van de doelen van de module/ het programma, scholing van de opleidingsdocent, aanscherping van het (landelijke) curriculum/ kennisbasis.
Wat je er voor terugkrijgt is echter de moeite waard! Leeropbrengsten van leerlingen verhogen, motivatie verhogen, inspelen op vaardigheden voor de eenentwintigste eeuw, verbreden van de rijke leeromgeving. En ga zo het rijtje met voordelen van ICT in het onderwijs nog maar even af.

Tot slot
Kortom. Wil je de impact van ICT op het leren van leerlingen zo groot mogelijk laten zijn? Dan is het naar mijn idee noodzakelijk om met niet minder genoegen te nemen dan TPACK-competente leraren.

In het artikel Evaluating Strategies Used To Incorporate Technology Into Preservice Education: A Review Of the Literature van Kay (2006) beschrijft Kay 10 toegepaste strategieën om ICT in de lerarenopleiding te integreren. In zijn abstract schrijft Kay hierover:

Ten key strategies emerged from this review, including delivering a single technology course; offering mini-workshops; integrating technology in all courses; modeling how to use technology; using multimedia; collaboration among preservice teachers, mentor teachers and faculty; practicing technology in the field; focusing on education faculty; focusing on mentor teachers; and improving access to software, hardware, and/or support. These strategies were evaluated based on their effect on computer attitude, ability, and use. The following patterns emerged:First, most studies looked at programs that incorporated only one to three strategies. Second, when four or more strategies were used, the effect on preservice teacher’s use of computers appeared to be more pervasive. Third, most research examined attitudes, ability, or use, but rarely all three. Fourth, and perhaps most important, the vast majority of studies had severe limitations in method: poor data collection instruments, vague sample and program descriptions, small samples, an absence of statistical analysis, or weak anecdotal descriptions of success. It is concluded that more rigorous and comprehensive research is needed to fully understand and evaluate the effect of key technology strategies in preservice teacher education.

Met bovenstaande om in het achterhoofd te houden beschrijf ik hieronder verder in het kort wat de 10 strategieën precies inhouden. Belangrijkste voor mij om hieruit in ieder geval mee te nemen is dat een combinatie van meer dan vier strategieën waarschijnlijk het meest effectief is.

Strategieën

[table id=1 /]

Effecten van de strategieën
Door de grote verschillen in studies die zijn opgenomen in de analyse is het moeilijk te zeggen wat de effecten zijn. Beschrijvende observaties zijn dat in 64% van de studies er een positieve toename is van de houding ten opzichte van ICT. In 50% van de studies was er een significante toename van ICT-vaardigheden en in 21% was er een significante toename van het gebruik van ICT.
Er kan voorzichtig gezegd worden dat het combineren van meerdere strategieën het meest effectief is.

Model
In het onderstaande model zet Kay uiteen hoe volgens hem ICT geïntegreerd moet/kan worden. Het belangrijkste is dat je toegang hebt tot de technologie op de opleiding en in het werkveld. Een ander belangrijk punt is: welke strategie of combinatie van strategieën je ook gaat inzetten, het is belangrijk dat er authentieke onderwijsactiviteiten (teaching activities) (mijn vertaling: stageopdrachten) voorgedaan en gemaakt worden door de leraren in opleiding. Het derde punt dat Kay maakt bij dit model is dat de strategie van samenwerking tussen leraren in opleiding, lerarenopleiders en praktijkopleiders ideaal zou zijn. Samenwerking tussen leraren in opleiding en praktijkopleiders zou ook al goed kunnen werken. Zonder samenwerking met de praktijkopleider lijkt het onmogelijk dat toename in de houding en vaardigheden zich vertaalt naar meer gebruik van ICT in het onderwijs.

Model van ICT-integratie in lerarenopleiding (Kay, 2006)

Tot slot
Redenen waarom ICT in de lerarenopleiding nog geen plek heeft gekregen beschrijft Kay ook. Hij noemt hierbij de volgende redenen: tijdgebrek, opvattingen van leraren en management over leren met ICT, gebrekkige ICT-vaardigheden van opleiders, angst voor technische problemen, geen zicht op hoe je ICT in het onderwijs kunt integreren, te weinig toegang tot technologie.

Kay concludeert daarna dat:

Given the potential problems, it should come as no surprise that preservice teachers are perceived as unprepared to use technology.

Korte reflectie
Ik heb nu de strategieën van Kay en de key-themes van Tondeur op een rijtje gezet. In beide modellen komen de volgende strategieën/ thema’s voor:

  1. Lerarenopleider als rolmodel;
  2. Lessen ontwerpen waarin ICT is geïntegreerd;
  3. Samenwerking met mede-studenten;
  4. Ondersteunen van het voorbereiden en uitvoeren van lessen met ICT geïntegreerd in de praktijk;
  5. Samenwerking met universiteit, opleiding en werkveld om ICT te integreren;
  6. Professionaliseren van lerarenopleiders;
  7. Zorgen voor toegang tot bronnen/ materialen;

Sleutelthema’s van Tondeur die Kay niet expliciet noemt zijn:

Sleutelthema 1: aligning theory and practice (theorie en praktijk op elkaar afstemmen)
Sleutelthema 3: reflecting on attitudes about the role of technology in education (reflecteren op de houding ten op zichte van ICT in het onderwijs)
Sleutelthema 7: moving from traditional assessment to continuous feedback (van traditioneel toetsen naar doorlopende feedback)
Sleutelthema 8: technology planning and leadership (visie op gebruik van ICT)

Strategieën van Kay die Tondeur niet expliciet benoemd zijn:

  • Multimedia
  • Single course
  • Integrated

Literatuur
Kay, R. H. (2006). Evaluating strategies used to incorporate technology into pre-service education: a review of the literature. Journal of Research on Technology in Education, 38, 383–408.

In zijn reviewartikel Preparing pre-service teachers to integrate technology in education: A synthesis of qualitative evidence schrijft Tondeur (2011) over twaalf “keythemes” die nodig zijn om leraren in opleiding succesvol te kunnen voorbereiden op het gebruik van ICT in het onderwijs. Deze twaalf thema’s zijn gericht op: de daadwerkelijke voorbereiding van de leraar in opleiding (thema’s 1 tot en met 7) en de randvoorwaarden die nodig zijn op het instituutsniveau (thema’s 8 tot en met 12). Tot slot heeft Tondeur een overkoepelend model ontwikkeld waarin de thema’s in samenhang zijn te zien. In deze blogpost zet ik de twaalf sleutelthema’s op een rij. Tot slot geef ik hierop een korte reflectie.

Sleutelthema 1: aligning theory and practice (theorie en praktijk op elkaar afstemmen)
Geef een theoretische basis voor het gebruik van een ICT-middel. Zorg er voor dat leraren in opleiding begrijpen waarom ze dit middel moeten inzetten in de klas.

Sleutelthema 2: using teacher educators as role models (lerarenopleiders als rolmodel laten fungeren)
Een leraar (lerarenopleider en praktijkopleider) ICT zien gebruiken in de les is een belangrijke motivator om het zelf ook in de les te gaan gebruiken. Het blijkt dat lerarenopleiders weinig ervaring hebben met het gebruik van ICT in hun onderwijs. Ze zijn te weinig rolmodel.

Sleutelthema 3: reflecting on attitudes about the role of technology in education (reflecteren op de houding ten op zichte van ICT in het onderwijs)
De houding van leraren in opleiding ten opzichte van ICT in het onderwijs is negatief. Je moet gesprekken voeren over de rol van ICT in het onderwijs om er voor te zorgen dat er een positievere houding ontstaat ten opzichte van de rol van ICT in het onderwijs.

Sleutelthema 4: learning technology by design (technologie leren door het ontwerpen van lessen)
Studenten moeten leren hoe ze ICT in het onderwijs kunnen integreren door zelf lessen te ontwerpen.

Sleutelthema 5: collaborating with peers (samenwerken met medestudenten)
Samenwerken met medestudenten levert een veilige omgeving op waarin je vragen kunt stellen en ideeën uit kunt wisselen. Samenwerken in een online samenwerkingsomgeving kan aanvullend zijn.

Sleutelthema 6: scaffolding authentic technology experiences (ondersteunen van gebruik van ICT in de praktijk)
ICT uitproberen in de stage is een belangrijke stap om te kijken of wat je hebt bedacht, werkt. Belangrijk is dat ze bij de uitvoering ondersteund worden bij de voorbereiding en de planning. Samenwerking tussen de opleiding en het werkveld is hierbij ook belangrijk.

Sleutelthema 7: moving from traditional assessment to continuous feedback (van traditioneel toetsen naar doorlopende feedback)
De manier waarop je het gebruik van ICT kunt toetsen is door kijken hoe een student door de jaren heen ICT in zijn lesgeven integreert. Het aanleggen van een ICT-portfolio is een manier waarop dit kan.

Sleutelthema 8: technology planning and leadership (visie op gebruik van ICT)
Het is belangrijk om op schoolniveau een visie op het gebruik van ICT te hebben. Bij het ontwikkelen van deze visie is het belangrijk om samen te werken met alle betrokkenen, dat er ondersteuning is op zowel technisch als inhoudelijk gebied, dat de eindgebruikers (lerarenopleiders) geprofessionaliseerd worden, en dat de visie regelmatig geüpdate kan worden. Het management moet een leidende rol spelen om het belang van ICT in het onderwijs te benadrukken.

Sleutelthema 9: co-operation within and between institutions (samenwerking binnen de opleiding en tussen opleiding en werkveld)
Samenwerking van vaksecties met ICT-coaches is belangrijk. Ook samenwerking met werkveld is belangrijk.

Sleutelthema 10: staff development (professionalisering van lerarenopleiders)
Lerarenopleiders moeten worden bijgeschoold. Lerarenopleiders moeten training krijgen om duidelijk te maken hoe ze ICT in hun onderwijs kunnen opnemen. Dit kan door het houden van workshops, gemakkelijke toegankelijke consultants en het delen van informatie.

Sleutelthema 11: access to resources (toegang hebben tot bronnen/ materialen)
Toegang hebben tot de middelen (hardware, software, leermaterialen, naslagwerk) is belangrijk. Je moet gewoon overal toegang hebben tot computers en niet alleen in het computerlokaal. ICT-lokalen zijn bezet of het kost te veel tijd om er naar toe te gaan. Het gebruik van laptops zorgt bijvoorbeeld voor gemakkelijke toegang tot ICT. Wijs studenten er ook op waar ze bronnen kunnen vinden die hen verder kunnen helpen.

Sleutelthema 12: systematic and systemic change efforts (systematische en systeemveranderingen)
ICT integreren vraag om een systeemverandering. De ICT-coördinator overlegt met de vakdocent om ICT te integreren in het onderwijs. Ze werken samen en niet apart. Dat is geen uitzondering maar een onderdeel van het curriculum.

Overkoepelend model
De 12 thema’s zijn niet los van elkaar te zien maar moeten met elkaar gecombineerd worden. In het overkoepelende model komt naar voren:

In de tweede schil zijn zes sleutelthema’s te zien die direct van invloed zijn op de opleiding van de leraar in opleiding. In de derde schil staan sleutelthema’s die op instituutsniveau geregeld zouden moeten zijn. In de buitenste schil staan de sleutelthema’s aliging theory and practice en systematic en systemic change efforts. Ze zijn hier gegroepeerd omdat deze belangrijk zijn op zowel het micro als macroniveau (instituutsniveau).

Korte reflectie
Het reviewartikel brengt heel mooi in beeld wat de belangrijke thema’s zijn waar je rekening mee moet houden als je leraren in opleiding wilt voorbereiden op het gebruik van ICT in het onderwijs. Het levert als het ware een checklist op voor opleidingen die staan voor de vraag: hoe kunnen we leraren in opleiding voorbereiden op het gebruik van ICT in het onderwijs:

vraag 1: maken we leraren in opleiding door middel van theoretische achtergronden duidelijk hoe ze bepaalde ICT-middelen in het onderwijs kunnen inzetten?
vraag 2: fungeren onze lerarenopleiders en onze praktijkopleiders als rolmodel voor het gebruik van ICT in het onderwijs?
vraag 3: bespreken we met onze leraren in opleiding wat hun houding is ten opzichte van het gebruik van ICT in het onderwijs?
vraag 4: laten we onze leraren in opleiding lessen ontwerpen waarbij ze ICT moeten integreren?
vraag 5: laten we onze leraren in opleiding samenwerken met elkaar bij het nadenken over het gebruik van ICT in het onderwijs?
vraag 6: ondersteunen we onze leraren in opleiding voldoende bij het voorbereiden en uitvoeren van lessen waarbij ze ICT inzetten?
vraag 7: toetsen we losse opdrachten of brengen we in beeld hoe een leraar in opleiding zich door de loop van de jaren heen ontwikkeld?
vraag 8: is er een bepaalde visie op het gebruik van ICT in het onderwijs en hoe is die tot stand gekomen?
vraag 9: werken we binnen de opleiding samen en werken we samen met het werkveld?
vraag 10: zijn onze lerarenopleiders voldoende geprofessionaliseerd?
vraag 11: hebben onze lerarenopleiders en leraren in opleiding voldoende bronnen/ materialen tot hun beschikking?
vraag 12: heeft er een systematische en systeemverandering plaatsgevonden om ICT in het opleidingsonderwijs te integreren?

Kun je alle vragen met ja beantwoorden dan zal het met het voorbereiden van leraren in opleiding over het hoe ze ICT in hun onderwijs kunnen integreren wel goed zitten. Ik ben benieuwd welke lerarenopleiding al zo ver is.

Het model en de twaalf thema’s is volgens mij ook van toepassing op andere vakgebieden. Dezelfde vragen kun je naar mijn idee stellen voor bijvoorbeeld het vakgebied aardrijkskunde of beeldende vorming. Het is daarmee naar mijn idee een generiek model. Het zou interessant zijn om in andere vakgebieden op zoek te gaan naar modellen die aangeven wat de belangrijkste thema’s zijn die voor het goed aanbieden van dat vakgebied in de opleiding. De vergelijking met andere vakgebieden gaat natuurlijk niet helemaal op omdat ICT vakoverstijgend is.

In een volgende post ga ik kijken naar Kay (2006) die gekeken heeft naar kwanitatieve studies over strategieën om ICT in het opleidingsonderwijs te integreren.

Tondeur, J., et al., Preparing pre-service teachers to integrate technology in education: A synthesis of qualitative evidence, Computers & Education (2011), doi:10.1016/j.compedu.2011.10.009
Kay, R. H. (2006). Evaluating strategies used to incorporate technology into pre-service education: a review of the literature. Journal of Research on Technology in Education, 38, 383–408.

In mijn eerste blogpost formuleerde ik drie antwoorden op de vraag: Hoe ICT leren inzetten in het basisonderwijs?

Antwoord 1: zorgen dat een leraar in opleiding inzicht krijgt in het leerproces en onderwijsbehoeften van leerlingen en weet hoe je die met behulp van ICT kunt ondersteunen.
Antwoord 2: zorgen dat nieuwe doorgaande lijnen zijn geformuleerd waarin de veranderingen en vernieuwingen die technology met zich meebrengen zijn opgenomen.
Antwoord 3: leraar in opleiding leren hoe je bestaande inhouden kunt overdragen met technology, leren hoe technology bestaande inhouden beïnvloedt en leren wat nieuwe inhouden zijn in deze eenentwintigste eeuw.

In deze post wil ik verder ingaan op deze vraag. Deze keer met behulp van het model van de kennispiramide van Kennisnet.

De kennispiramide van Kennisnet

In het plaatje hierboven is de kennispiramide weergegeven van Kennisnet. Ik vind de kennispiramide een mooi overzicht geven van de verschillende manieren waarop je naar ICT kunt kijken. Het geeft aan dat je bepaalde fasen kunt doorlopen in het kijken naar ICT in het onderwijs.

De eerste fase is dat je in staat bent om een ICT-middel te zien waarvan je denkt: misschien werkt het wel als ik dit middel inzet om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften en het leerproces van mijn leerlingen.

De tweede fase is dat je op basis van dat inzicht het ICT-middel gaat uitproberen in de praktijk om te kijken of het daadwerkelijk tegemoet komt aan de onderwijsbehoeften en het leerproces.

In de derde fase ben jij niet de enige die het ICT-middel heeft uitgeprobeert maar hebben ook anderen ervaring opgedaan met dit ICT-middel om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften en het leerproces.

In de vierde fase is de werking van het ICT-middel ook systematisch onderzocht en kunnen anderen op basis van theorie die er over is beschreven het gaan toepassen in het onderwijs.

Omdraaien van de piramide
Je kunt de piramide ook omdraaien. En beginnen bij de gemeten opbrengsten. Je kunt zeggen: elke leraar moet weten hoe ICT effectief kan bijdragen aan de onderwijsbehoeften en het leerproces van de leerlingen. Dit is ook het adagium van Kennisnet: pas toe of leg uit. Gebruik de ICT-middelen die bewezen hebben effectief te zijn of leg uit waarom je dat niet doet. Ik vind dit een goed uitgangspunt. Ik vind dit ook het meest minimale dat we van een professional kunnen verwachten. Een professional gebruikt als het enigszins mogelijk is de beste middelen die hij kan vinden.
Ik vind dat elke leraar in opleiding minimaal dient te weten wanneer ICT een gemeten effectieve bijdrage kan leveren aan het onderwijs. Maar dit alleen kunnen, vind ik nog niet voldoende. Het past bij een HBO-professional dat hij in staat is om op een praktijkgerichte onderzoeksmatige manier te kijken of bepaalde ICT-middelen ingezet kunnen worden om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften en het leerproces van de leerlingen. De leraar in opleiding moet minimaal in staat zijn ook om te onderzoeken dat wat anderen ervaren hebben dat werkt, ook werkt in zijn eigen praktijk. Het uitgangspunt hierbij is weer de onderwijsbehoefte en het leerproces van de leerlingen.

Praktisch voorbeeld
Een leraar in opleiding heeft een leerling in de klas die niet mee kan komen met de rekenlessen. Vooral ruimtelijk inzicht vind de leerling moeilijk. Vanuit de opleiding heeft de leraar in opleiding te horen gekregen dat gebruik maken van het digibord en daarbij specifieke interactieve tools leerling ondersteunt bij het verwerven van ruimtelijk inzicht.
De leraar in opleiding wil uitproberen of het inzetten van deze interactieve tools ook werkt voor de leerling in zijn klas. Daarnaast heeft de leraar in opleiding ook gelezen op weblogs van edubloggers dat het inzetten van de digitale fotocamera bij het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht ook goed werkt (standpunt bepalen van de fotograaf). Ook dat middel wil hij inzetten.
Hij ontwerpt daarom een lessenreeks waarin hij deze tools inzet. De lessenreeks sluit hij af met een toets om het ruimtelijk inzicht weer te meten. Hij beslist op basis van de toetsresultaten of de inzet van de extra middelen gewerkt heeft.

Uitvoering en Inspiratie
Ik denk niet dat het tot de kennisbasis van de leraar in opleiding hoort om op het niveau van Uitvoering en Inspiratie ICT te kunnen inzetten. De leraar in opleiding moet zich nog de kennisbasis van de vakinhouden eigen maken en moet nog leren wat de onderwijsbehoeften en het leerproces is van de leerlingen. Hij moet daarbij gebruik kunnen maken van middelen die zijn bewezen of waar anderen al ervaringen mee hebben opgedaan.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat op de lerarenopleidingen geen aandacht geschonken zou moeten worden aan deze twee niveaus. In tegendeel. Ik denk dat het de taak van de lerarenopleider is om studenten kennis te laten maken met ICT-middelen die zich nog bevinden in de eerste twee stadia. Maar zelfstandig dit kunnen, hoeft dus naar mijn idee niet.

De lerarenopleider moet naar mijn idee in de eerste twee stadia dus wel beheersen en kunnen inzetten. Ditzelfde geldt naar mijn idee voor ict-coördinatoren/ e-coaches/ i-coaches.

Kritische noot
Eerder schreef ik over Biesta die in een VELON-lezing sprak over het feit dat virtuose leraren hun:

oordelen niet baseren op wetenschappelijke waarheid maar georiënteerd zijn op onderwijspedagogische wijsheid.

Het alleen maar kennen van “wat werkt” is volgens Biesta dus niet voldoende. Daarom pleit ik er ook voor dat leraren in opleiding naast het kennen van wetenschappelijk bewezen kennis ook in staat moeten zijn om zelf op zoek te gaan naar wat werkt in hun klas.

Conclusie
Als antwoord op de vraag: Hoe ICT leren inzetten in het basisonderwijs? luidt het antwoord: leraren in opleiding moeten weten welke ICT-middelen effectief ingezet kunnen worden om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften en het leerproces van leerlingen. Leraren in opleiding moeten ook weten hoe ze de effectiviteit kunnen meten van ingezette ICT-middelen die zich in andere praktijken al hebben bewezen.

Hoe bereid je leraren voor op het inzetten van ICT voor het onderwijs op de basisschool? Die vraag vind ik interessant en wil ik verder ook onderzoeken. In deze post wil ik alvast een paar gedachten/ onderwerpen op een rijtje zetten. Dat zal ik eerst doen rondom het TPACK-model.

TPACK
Een model dat nu veel aandacht krijgt is het TPACK-model. Het is een mooi conceptueel model waar je op verschillende manieren naar kunt kijken. Op TPACK.nl wordt het als volgt omschreven:

Het model gaat uit van de specifieke deskundigheid van de leraar: zijn of haar vermogen om de kennis en de vaardigheden die bij een vak horen, op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier te presenteren aan de leerling met behulp van ict.

Je kunt deze omschrijving verder aanvullen door te zeggen:

  1. ICT heeft invloed op de manier waarop je iets uitlegt (kruising tussen Technology en Pedagogical)
  2. ICT heeft invloed op de onderwerpen die aan bod komen (kruising tussen Technology en Content Knowledge): er komen meer vakinhouden bij.
  3. Door het gebruik van ICT kan de manier waarop je iets uitlegt over een vakinhoud veranderen (kruising tussen Technology, Pedagogical en Content Knowledge)

ad 1. TPK
Door de ICT neemt het aantal manieren waarop je iets kunt uitleggen toe. Ik geef een heel beknopt overzicht. Klassieke manieren om iets uit te leggen zijn: een leerling iets vertellen, laten zien en laten doen. Je kunt een leerling mondeling een instructie geven die de leerling aanhoort en met behulp van de gegeven instructie een bepaalde taak laten uitvoeren/ opdracht laten maken. Je kunt de leerling een foto, plaatje of video laten zien die de leerling bekijkt en met behulp van deze informatie een bepaalde taak laten uitvoeren/ opdracht laten maken. Je kunt een leerling ook een handeling voor doen en die laten imiteren.

Deze klassieke manieren van instructie geven kun je ondersteunen met behulp van ICT. Je kunt ICT inzetten bijvoorbeeld om je mondelinge instructie op te nemen zodat de leerling de mogelijkheid heeft die later nog een keer weer terug te laten luisteren. Een leerling die behoefte heeft aan herhaling kun je zo verder helpen.

Je kunt leerlingen ook animaties laten zien waarmee ingewikkelde onderwerpen inzichtelijk worden weergegeven. Een animatie kan onderwerpen in beeld brengen die een gewone foto, plaatje of video niet in beeld kan brengen. ICT verhoogt daarmee het inzicht voor leerlingen.
Leerlingen kun je in een simulatie oefeningen laten doen die in een echte omgeving te gevaarlijk of te eng zijn voor een leerling. Je kunt hierbij denken aan simulatoren zoals die in de scheepvaart en luchtvaart worden gebruikt. Je kunt ook denken aan een omgeving waarin autistische leerlingen kunnen oefenen met sociale omgang.

Deze voorbeelden zijn natuurlijk niet uitputtend maar geven volgens mij aan dat je bestaande manieren van instructies geven kunt verrijken met behulp van ICT.

ad2. TCK
Door de opkomst van technologie treedt er een verandering op in de (vak)inhouden die van belang zijn. Er komen nieuwe inhouden bij en bestaande inhouden ondergaan een verandering. Voorbeelden van nieuwe inhouden zijn te vinden in de game-industrie, informatica en de robotica. Inhouden die voor de opkomst van technology nog geen rol speelden maar waar het onderwijs nu op in moet spelen.
Onder bestaande inhouden die een verandering ondergaan kun je bijvoorbeeld denken aan informatievaardigheden die met de opkomst van internet een nieuwe dimensie krijgen. En door internet krijgen ook zaken als samenwerken en communiceren en probleemoplossend vermogen een nieuwe invalshoek.

Bestaande inhouden kunnen ook zodanig veranderen door de technology dat het goed doordenken van hoe en wat van die inhouden van belang is. Een klassiek voorbeeld is hierbij bijvoorbeeld het gebruik van de rekenmachine. Die lijkt het uit je hoofd kunnen optellen, aftrekken en dergelijke overbodig te maken. De opkomst van digitale vertalers lijkt ook het leren van een vreemde taal in een ander daglicht te zetten.

ad3. TPACK
Technology kan helpen om klassieke inhouden op een andere manier te gaan uitleggen. Technology kan ook noodzakelijk zijn om nieuwe inhouden uit te leggen. Een voorbeeld van dit eerste is dat een leraar het digibord en het programma Google Earth inzet om met behulp van de stappen uit de geografische vierslag uit te leggen wat het begrip polder inhoudt.
Een voorbeeld van het laatste is dat een leraar zijn leerlingen een game laat maken waardoor de leerlingen inzicht krijgen hoe je ervoor zorgt dat een speler in de flow komt.

Reflectie 1
Even terug naar de vraag: hoe ICT leren inzetten in het basisonderwijs? Bij de voorbeelden die ik gaf over TPK was er sprake van het feit dat ICT werd ingezet om de bestaande didactieken te versterken. Die behoefte komt voort uit het feit dat: je als leerkracht weet/ ervaart dat een bepaalde leerling behoefte heeft aan herhaling, grotere inzichten of een veilige omgeving.
Mijn stelling daarom is: hoe groter het inzicht is in het leerproces en de onderwijsbehoefte (zowel didactisch als pedagogisch) van leerlingen des te beter weet je hoe en waarom je bepaalde technology zou moeten inzetten.

Terug naar de student van de lerarenopleiding. Stelling daarover is: hoe groter het inzicht van een leraar in opleiding is in het leerproces en de onderwijsbehoefte (zowel didactisch als pedagogisch) van leerlingen des te beter weet hij hoe en waarom je bepaalde technology zou moeten inzetten.
Een student in het eerste jaar van de lerarenopleiding heeft nog geen/ heel weinig ervaring met het leerproces en de onderwijsbehoeften van leerlingen. Hij weet dus nog maar weinig hoe en waarom je bepaalde technology zou moeten inzetten. Hij kan daarbij alleen putten uit zijn eigen schoolervaringen.
Een student in het eerste jaar van de lerarenopleiding vragen waarom je ICT in zou moeten zetten levert, als ik op deze manier doorredeneer, maar een beperkt beeld van de mogelijkheden op. De meerwaarde die een eerstejaars student zou kunnen benoemen van ICT in het onderwijs ten behoeve van het leren komen alleen voort uit de ervaringen die deze student heeft opgedaan in zijn eigen schoolervaringen en verhalen uit de eigen omgeving.
Om er voor te zorgen dat een leraar in opleiding de noodzaak inziet van het gebruik van ICT is het dus van belang dat hij inzicht krijgt in het leerproces en de onderwijsbehoeften van leerlingen. En is het van belang dat hij weet hoe ICT dat leerproces en die onderwijsbehoeften kan ondersteunen.

Reflectie 2
Nogmaals de vraag: hoe ICT leren inzetten in het basisonderwijs? Nu bekijk ik het vanuit TCK. Een leraar moet weten wat hij moet onderwijzen. Welke vakinhouden belangrijk zijn. Leidraad hierbij voor het basisonderwijs zijn de kerndoelen. Het spreekt voor zich dat een leraar in opleiding ook moet weten welke vakinhouden belangrijk zijn. Vanuit de politiek is zelfs gevraagd om op een rijtje te zetten wat de kennisbases moeten zijn voor de leraar.
Vastgesteld is ook dat de gehele kennisbasis zoals die door alle opleidingsdocenten is geformuleerd te veel is voor de leraar in opleiding om te kennen. Je kunt daarmee ook zeggen dat het voor de leraar in opleiding onmogelijk is om te bedenken welke inhouden er bij zullen komen en hoe bestaande inhouden veranderen door de opkomst van technology. Je kunt immers niet bedenken wat er bij komt en wat er verandert als je niet het overzicht hebt over de gehele kennisbasis. Dit geldt voor zowel een eerstejaars student als een vierdejaars student aan de lerarenopleiding.
In beeld krijgen hoe bestaande inhouden veranderen en welke nieuwe inhouden erbij komen is een taak voor leerplanontwikkelaars. Die moeten lijnen uitzetten op een supra-niveau. Wat deze nieuwe inhouden betekenen voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs moet doordacht worden door vakspecialisten zoals die van het FreudenthalInstituut en ExpertiseCentrum Nederlands. Mijn stelling is: hoe beter de nieuwe doorgaande lijnen zijn geformuleerd hoe makkelijker het is om nieuwe inhouden te onderwijzen en veranderende inhouden te duiden. Zolang nieuwe doorgaande lijnen niet zijn geformuleerd is het voor een leraar in opleiding een onmogelijke opgave om aan deze nieuwe en veranderende inhouden aandacht te besteden.

Reflectie 3
Nog een keer de vraag: hoe ICT leren inzetten in het basisonderwijs? TPACK wil zeggen dat een leraar technology kan gebruiken om de manier waarop hij een onderwerp uitlegt te ondersteunen en verrijken. Maar ook dus dat hij nieuwe inhouden kan uitleggen met behulp van technology. Het eerste zie is gemakkelijker dan het tweede denk ik. Zeker zolang de inhouden door die technology niet rechtstreeks worden beïnvloed. Het voorbeeld dat ik gaf van het gebruik van het digibord en Google Earth doen niets af aan de didactiek van de geografische vierslag en de vakinhoud op het gebied van polders. De inhouden kunnen natuurlijk wel worden beïnvloed. Bijvoorbeeld in het voorbeeld van de rekenmachine of digitale vertalers. Dan is het al een stuk lastiger om te bepalen hoe je ICT moet inzetten. Je moet dan weten wat de invloed is van deze technology op de inhoud. En hoe je die technology dan moet inzetten.
Nieuwe inhouden uitleggen met behulp van technology is nog weer ingewikkelder. Dit om wat ik heb beschreven bij reflectie 2.

Conclusie voor deze post
Hoe ICT leren inzetten in het basisonderwijs?

Antwoord 1: zorgen dat een leraar in opleiding inzicht krijgt in het leerproces en onderwijsbehoeften van leerlingen en weet hoe je die met behulp van ICT kunt ondersteunen.
Antwoord 2: zorgen dat nieuwe doorgaande lijnen zijn geformuleerd waarin de veranderingen en vernieuwingen die technology met zich meebrengen zijn opgenomen.
Antwoord 3: leraar in opleiding leren hoe je bestaande inhouden kunt overdragen met technology, leren hoe technology bestaande inhouden beïnvloedt en leren wat nieuwe inhouden zijn in deze eenentwintigste eeuw.

Afgelopen maandag heb ik een presentatie gehouden in Tielt, Vlaanderen op de lerarenopleiding Katho, tijdens hun internationale week Childhgood. Ik was daar op uitnodiging van Xavier Vandenberghe om iets te komen vertellen over de mogelijkheden van ICT in het onderwijs. De bijeenkomst moest bijdragen aan het geven van input voor het maken van de bachelorproof van de studenten. De bachelorproof is een eindwerkstuk van de studenten. Studenten hebben keuze uit verschillende mogelijkheden waarvan het “digilab” er een is. In het digilab is het de bedoeling dat studenten in hun onderwijs ICT gaan toepassen.
In de presentaties hieronder krijg je een beeld van wat ik de studenten in twee uur heb verteld. In de tweede presentatie heb ik de theorie weggelaten omdat die al in de eerste presentatie is opgenomen.

Omdat Tielt niet om de hoek ligt, ben ik er de avond van te voren naar toegegaan. Ze hadden voor mij een mooie kamer geregeld in Hotel Mulle De Terschueren. Met de coördinator internationalisering en de Opleidingsdocent ICT en onderwijs ben ik die avond uit eten gegaan. De volgende dag kreeg ik eerst een rondleiding door de lerarenopleiding en kon daarna mijn presentatie geven. Eerst aan de studenten van het kleuteronderwijs en daarna aan de studenten van het lager onderwijs. Er waren ook een aantal collega’s van Xavier aanwezig.

Het was een leuke ervaring om in het buitenland een presentatie te geven. Goed verzorgd en netjes geregeld. Ik was niet de enige buitenlandse spreker voor de studenten. De sprekers kwamen verder uit Denemarken, Bulgarije, Zweden en Nederland. Een deel van de sprekers is de hele week gebleven en heeft meegedaan aan het programma. Daar had ik jammer genoeg geen tijd voor.

Wil je meer weten over een bachelorproof dan kun je op YouTube de filmpjes daarvan bekijken. Een voorbeeld vind je hier onder. Je kunt Katho Tielt ook volgen op Twitter.

Afgelopen week heb ik een inhoudelijke lunch verzorgd aan de collega’s van Instituut Theo Thijssen in Utrecht. Ik heb daar aangegeven op welke manier we ICT in de opleiding hebben geïntergreerd. Voor alle duidelijkheid heb ik een onderscheid gemaakt in de volgende 4 manieren waarop je over ICT in de opleiding kunt spreken: ICT-vaardigheden, ICT-opleidingsvaardigheden, Opleidingsdidactiek en TPACK-competent.

Onder ICT-vaardigheden versta ik het kunnen werken met tekstverwerkingsprogramma’s, presentatieprogramma’s, spreadsheetprogramma’s, bestandenbeheer en internet. Daar hadden we in het verleden (facultatief) apart aanbod voor. Dat hebben we nu niet meer.

Onder ICT-opleidingsvaardigheden versta ik het kunnen werken met programma’s die nodig zijn om je studie aan de hogeschool te kunnen doorlopen. Je kunt hierbij denken aan werken met het digitaal portfolio, de elektronische leeromgeving en de mail. SLB’ers en wij als docenten ICT en onderwijs besteden hier in het eerste jaar aandacht aan.

Onder opleidingsdidactiek versta ik het gebruik van ICT door de opleidingsdocent in zijn les. Hierbij kun je denken aan het opnemen van lessen in de vorm van weblectures, het gebruik van het digibord en stemkastjes. Ook het concept van digitale didactiek zoals Robert Jan Simons die heeft geformuleerd sluit hier op aan.

TPACK-competent houdt in dat we studenten toerusten om ICT in het basisonderwijs te gebruiken ter ondersteuning en verrijking van hun lessen en het leren van kinderen. In de rest van de presentatie ben ik op dit onderdeel ingegaan. Ik heb hierbij aangegeven wat de achtergrondinformatie is die we hierbij als uitgangspunt nemen: TPACK-model, Kennisbasis ICT en competentiediamant van Vlaanderen.
Per thema heb ik daarna aangegeven op wat voor manier ICT in het onderwijs is geïntegreerd. Het laat naar mijn idee een gevarieerd beeld zien van hoe we met ICT aan de slag zijn. We zijn er nog niet maar we zijn al wel goed op weg denk ik.

Kennisnet heeft een nieuw rapport uitgebracht met de bekwaamheidseisen voor ICT. Een vervolg in de ontwikkelingen rondom de vraag: wat moet een leraar weten, kunnen en willen rondom het gebruik van ICT. Het uitgangspunt van de bekwaamheidseisen is dat een vakbekwame leraar moet weten hoe je ICT effectief in kan zetten. Die effectiviteit is gebaseerd op onderzoek. Het is een generieke set voor PO, VO en MBO. Het sluit ook aan bij de ontwikkelingen rondom de Onderwijscoöperatie.
Mijn gevoelens bij de set zijn verdeeld. Enerzijds teleurstelling omdat we nu zijn uitgegaan van de Kennisbasis ICT van ADEF. Die zag ik als een goede opvolger van de Pabotool. Anderzijds blijdschap omdat er een set is ontwikkeld die sectoroverstijgend is en daarmee zorgt voor een sterkere basis om verder uit te ontwikkelen.

Kerntaken in de bekwaamheidseisen ICT zijn:

Kerntaak 1
De leraar integreert ict hulpmiddelen in zijn onderwijs. Hij laat zijn leerlingen leren m.b.v. ict hulpmiddelen op zodanige wijze dat zij beter presteren dan bij gebruik van andere hulpmiddelen. Hij is daarbij in staat om:
a. de verbinding te leggen tussen leerdoelen en ict hulpmiddelen
b. uit te leggen welke meerwaarde ict heeft in het uitvoeren van zijn taak

Kerntaak 2
De leraar maakt gebruik van aan de schoolcontext gebonden ICT systemen voor het communiceren met leerlingen, ouders en collega’s en voor het verantwoorden van zijn eigen handelen. Hij is daarbij in staat om:
a. administratieve zaken digitaal vast te leggen en te beheren
b. digitaal te communiceren

Kerntaak 3
De leraar onderhoudt en ontwikkelt zijn eigen bekwaamheid met behulp van ict door:
a. Relevante digitale bronnen en platforms te vinden en te raadplegen
b. informatie en ervaringen via digitale platforms uit te wisselen

Ik vind het een mooie en ook spannende indeling. Hiermee komen zowel didactische, organisatorische als reflectieve en professionele competenties goed naar voren. De pedagogische competentie ontbreekt in dit rijtje nog. Die mag naar mijn idee echter niet ontbreken! Kennis hebben van de wereld waarin leerlingen opgroeien en hen hierin begeleiden vind ik een belangrijke competentie voor de leraar.
Ik vind het spannend omdat ik me afvraag op welke manier dit weer binnen het onderwijs geïntegreerd kan worden.

Hieronder kun je het hele rapport lezen.

ICT Bekwaamheid Leraren v1.0